SNMAP
                                          JAARVERSLAG 2016


De Stichting Nederlands Museum voor Anthropologie en Praehistorie is
opgericht op 14 juni 1939. Zij is gevestigd te Amsterdam.

Krachtens artikel 2 van haar statuten is het doel van de stichting: Het bevorderen van de studie in de Antropologie en Prehistorie in de ruimste zin des woords.

Bestuur:
Prof. dr. G.J.R. Maat, voorzitter
Mw. dr. W.H. Metz, secretaris
E.F.G. Jacobi, penningmeester
Drs. E.P. Bult
Ir. N.G. Ketting
Mw. dr. A.E. van der Merwe *
Prof. dr. J.W.M. Roebroeks *

* Lid van de kascommissie 2016.

De bibliotheek van de stichting is te raadplegen in de universiteitsbibliotheek Leiden. Signatuur: ANTPRE (gedigitaliseerde collectiebeschrijving, 2011). Shelfmark: ubl099

Bestuursverslag

Bestuur
Het bestuur van de SNMAP is bijzonder verheugd dat Mevrouw  dr. A.E. van der Merwe per 7 maart 2016 tot het bestuur is toegetreden. Daarnaast heeft de Heer dr. S. Arnoldussen er in toegestemd het bestuurslidmaatschap vanaf 1 maart 2017 te aanvaarden.
Op basis van de kalender van het rooster van aftreden voor 2016 hebben Mevrouw Metz en de Heer Jacobi hun functie ter beschikking gesteld. Beiden hebben hun herbenoeming aanvaard, waarbij Mevrouw Metz heeft aangegeven bijzonder verheugd te zijn met de vanaf 2017 geregelde ondersteuning door Aconfirm Congres- en Evenementen Organisatiebureau voor de werkzaamheden rond de Kroon-Voordracht.
Ook voor de werkzaamheden verbonden aan de financiële administratie zal te zijner tijd worden onderzocht of deze kunnen worden uitbesteed. Hierdoor wordt de continuïteit gewaarborgd en zal de portefeuillehouder binnen het bestuur meer bestuurlijk dan uitvoerend actief kunnen zijn.
De bestuursleden genieten geen honorering. De secretariële ondersteuning wordt door Mevrouw drs. E.J. Meijerink uitgevoerd. Zij ontvangt hiervoor een geringe vrijwilligers vergoeding.

Kroon-Voordracht

Op 18 maart 2016 is in het gebouw van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam de 38e Kroon-Voordracht gehouden. Prof. dr. F. Spoor, Department of Cell & Developmental Biology, University College of London, UK, hield een boeiende lezing met als titel “Evolving primates: a palaeontologist’s view of his tribe”.
Ongeveer 140 genodigden hebben de voordracht gevolgd.

Toegekende subsidies

In haar vergaderingen van 7 maart en 11 oktober zijn in 2016 in totaal 14 subsidieverzoeken beoordeeld (respectievelijk 41 in 2015, 38 in 2014). Hiervan werden er 7 afgewezen (respectievelijk 30 in 2015 en 14 in 2014).
Toegekend zijn de volgende aanvragen:
Dr. E. Knol, Groningen, een bedrag van € 800,= voor DNA-onderzoek van grafresten uit Oosterbeintum.
Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, een bedrag van € 2.541,= voor het onderzoek naar 5 middeleeuwse graven in Domburg.
Mevrouw Drs. Y. van Amerongen, een bedrag van € 1.655,22 voor haar proefschrift “Wild West Frisia”.
Dr. O. Nieuwenhuyse, Universiteit Leiden, een bedrag van € 2.500,= voor de publicatie “Relentlessly Plain. Seventh Millennium Ceramics at Tell Sabi Abyad”.
De heer G.R. Nobles, Groningen, een bedrag van € 1.500,= voor zijn proefschrift “Dwelling on the edge of the Neolithic”.
Dr. E.A.L. Pop en mevrouw F.H. Reidsma, Leiden, een bedrag van € 4.905,= voor het onderzoek naar voedselresten.
De heer D. van den Biggelaar, een bedrag van € 1.000,= voor zijn proefschrift “New Land, Old history”.

Vervallen subsidies

Financiële toezeggingen gelden voor de duur van 2 jaar na datum van de schriftelijke bevestiging. Mocht het onderzoek dan nog niet zijn uitgevoerd, de bijeenkomst nog niet is gehouden of de publicatie nog niet is verschenen, dan komt de financiële toezegging te vervallen.
Om die reden is de in 2013 toegekende subsidie aan Mw. dr. J.J.A.M. Gorisse van € 1.000,= vervallen. Mevrouw drs. R. Schatz kon haar publicatie, waarvoor een subsidie van € 1.316,61 was toegekend, voor een bedrag van € 663,00 laten uitvoeren, waardoor zij een bedrag van € 653.61 kon terugstorten.

Subsidie beleid

Om sturing te geven aan de door het bestuur gewenste verhouding tussen bijdragen voor primair onderzoek en die voor publicaties, is de formulering van de doelgebieden voor subsidieverstrekking aangepast en op de website gepubliceerd.

Beleggingen

Sinds het 2e kwartaal 2013 is het vermogen van de Stichting in beheer bij Bank Insinger de Beaufort.
Als leidraad voor het te voeren beleggingsbeleid is vastgelegd het risicoprofiel “Neutraal zonder alternatieven”. Hierbij wordt eveneens gestreefd de portefeuille duurzaam te beleggen zonder dat dit ten koste van het rendement gaat. Bovendien zijn fondsen betrokken bij wapen-, seksindustrie en kinderarbeid uitgesloten.
Bij de jaarlijkse beoordeling van deze criteria heeft het bestuur in 2016 besloten dit risicoprofiel ongewijzigd voort te zetten.

Financiële verantwoording
De verkorte balans en verkorte exploitatierekening van de Stichting
(in € 1.000,00) luiden als volgt:

Balans
Financiële acitva
Overige activa
Balans totaal
2016
3.190
       3
3.193
2015
2.968
       3
2.971

  Eigen vermogen
  Overige passiva
  Balans Totaal
2016
3.180
     13
3.193
2015
2.952
     19
2.971
 
Exploitatierekening
Koers resultaat
Rente en dividend ontvangst
Vervallen subsidies
Totale baten
Subsidies en Kroonvoordracht
Bankkosten
Bestuurs- en overige kosten
Totale kosten
2016
229
55
       2
286
29
18
      2
49
2015
93
52
      4
149
40
18
      2
60
   
Website
Gebleken is dat de website in een behoefte voorziet. In het kader van de ANBI-regeling stelt de fiscus per 1 januari 2014 het verstrekken van een aantal gegevens verplicht. Onze Stichting verstrekt de vereiste gegevens al jaren, alsmede algemene informatie over de richtlijnen voor het opstellen en indienen van subsidieverzoeken.

Algemeen

De belastingdienst beschouwt de Stichting vanaf 1 januari 2008, de datum van ingang van de desbetreffende wettelijke regeling, als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). De Stichting is lid van de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) in Den Haag. Voor het opstellen van het beleggingsstatuut is mede gebruik gemaakt van concepten van de FIN.
Daarnaast participeert onze stichting in de FIN-werkgroep “Totaal Rendement op Vermogen” (TROV), zodat, naast informatieuitwisseling, beoordeeld kan worden in hoeverre het financiële beheer tot in de branche vergelijkbare resultaten leidt.

Bestedingsbudget

In het verleden werden alle  kosten voldaan uit de rente- en dividendinkomsten. Koersmutaties, zowel positieve als negatieve, hadden geen invloed op het te besteden budget.
Het hieraan ten grondslag liggende beleggingsbeleid werd door het in vermogensbeheer geven niet meer leidend. Hierdoor zou het kunnen voorkomen dat er voor een groter bedrag passende aanvragen worden ingediend dan de omvang van de ontvangen rente- en dividend bedragen, terwijl er door de koersontwikkeling wel een groeiende vermogenspositie bestaat.
Binnen het bestaande beleid, wat er op is gericht onze activiteiten nog zeer veel jaren uit te oefenen, zal er halfjaarlijks worden bepaald in hoeverre vermogensreserves mede  kunnen worden aangewend voor het verstrekken van subsidies.
Daarnaast stelt de fiscus aan ANBI-stichtingen eisen die er op gericht zijn dat de omvang van het vermogen een redelijke verhouding heeft met de uitgaven. Een duidelijk criterium om te toetsen of aan deze voorwaarde wordt voldaan, vormt op dit moment nog een punt van overleg tussen de fiscus en individuele leden, alsmede de belangenvereniging (FIN).
Indien het eigen vermogen per 1 januari 2008 zou worden aangemerkt als “garantievermogen” valt de omvang van het huidige vermogen binnen deze grens.

Verantwoording

De dames Metz en van der Merwe, alsmede de heren Bult, Maat en Roebroeks houden zich beroepshalve bezig of hebben zich in het verleden uit hoofde van hun beroep beziggehouden met onderzoek en onderwijs op het gebied van archeologie en antropologie. Zonder de kennis en ervaring van deze bestuursleden en hun bekendheid met de wereld van hun vakgebieden zou de Stichting haar functie niet kunnen vervullen. Het is onvermijdelijk dat zij van tijd tot tijd betrokken zijn, direct of indirect, bij subsidieaanvragen die de Stichting ontvangt.
Deze aanvragen beoordeelt het bestuur op dezelfde zakelijke manier en naar dezelfde maatstaven als alle andere aanvragen. De heren Jacobi en Ketting hebben, afgezien van hun bestuurslidmaatschap, geen binding met de werkterreinen van de Stichting. Als “branchevreemde” bestuursleden zien zij het mede als hun taak bijzondere aandacht te besteden aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming binnen het bestuur.

Amsterdam, 1 maart 2017

G.J.R. Maat                 E.J. Bult               E.F.G. Jacobi           N.G. Ketting

Mw. W.H. Metz          Mw. A.E. van der Merwe            J.W.M. Roebroeks